hoogbegaafdheid, Jurre, school

Toch onze vierde ook?

Jurre was een verademing als peuter wat betreft het snappen wat ik vroeg of uitlegde. Het was heel anders dan bij de andere drie. Veel minder frustratie van beide kanten.

Toen hij 2,5 jaar was ging hij 2 ochtenden naar de peuterspeelzaal. Hij was nooit naar een opvang geweest zoals de andere drie omdat ik vanaf zijn geboorte gestopt ben met werken. Het leek me dus goed zodat hij ook omgang had met leeftijdgenootjes en voorbereiding op de basisschool.

De peuterspeelzaal was vanaf het begin een strijd om hem heen te krijgen. Hij had veel moeite met afscheid nemen, maar als ik eenmaal weg was had hij het snel weer naar zijn zin volgens de leidster. Ik dacht dat het kwam omdat hij moest wennen zonder mij ergens te zijn. Ik was immers altijd met hem. Het werd alleen niet beter en op een gegeven moment zei de leidster dat ze voor hem het vve programma wilden aanvragen. Dat betekende dat hij 4 ochtenden per week naar de peuterspeelzaal zou gaan in plaats van 2. Dit omdat hij achterliep met zijn spraak. Het was mij niet opgevallen en achteraf bleek natuurlijk waarom. Ik had thuis ook niet het juiste vergelijkingsmateriaal.

Hij ging uiteindelijk 4 ochtenden per week en het brengen bleef een strijd. Verder ging het wel goed en hij mocht zijn lievelingsknuffel altijd meenemen, dat hielp.

Ondertussen hadden we ook de nodige strijd met onze dochter op school. En kwamen we terecht in allerlei onderzoeken. Dit kostte de nodige energie en ik was zelf herstellende uit een burn-out waardoor de focus even niet op Jurre lag. Het was voor mij dan ook fijn was als hij even die uurtjes op de peuterspeelzaal zat.

Uiteindelijk werd onze dochter doorverwezen naar Kentalis om zich te laten onderzoeken op TOS. Bij de verwijzing heb ik gelijk aangegeven dat ik dan al onze kinderen op de wachtlijst wilde hebben omdat taal een rode draad leek in ons gezin. Al onze kinderen leken moeite te hebben met de taal. Gelukkig gaf de jeugd praktijkondersteuner daar gehoor aan.

De uitslagen kwamen binnen en onze oudste drie kregen de diagnose TOS. Jurre kreeg de uitslag van een vermoedelijke TOS, dit omdat hij net 4 was geworden en te jong om een definitieve diagnose te geven. Hij scoorde ook beter dan zijn broer en zussen op het begrip van taal en zou het dus ook kunnen gaan om een taalachterstand omdat hij in een omgeving opgroeide waarin hij niet het juiste voorbeeld kreeg met al die TOS’ers om hem heen. Ook zou met de juiste begeleiding in de vorm van logopedie de kans groot zijn dat er met zijn 10e jaar niks meer van de achterstand te zien zou zijn.

Hij is inmiddels 7 en al vanaf groep 1 blijft het een strijd om hem naar school te krijgen, met uitzondering van periodes waarin het wel soepel gaat.

Zijn zussen zijn naar cluster 2 onderwijs gegaan toen hij in groep 2 zat. De strijd met naar school gaan laaide in alle hevigheid weer op en het werd afgedaan met dat hij moeite zou hebben met dat zijn zussen naar een andere school waren gegaan en zij hadden moeite met het wennen daaraan en stribbelden dus ook regelmatig tegen. Ook zijn oudste zus ging al jaren met strijd naar school dus hij zou dat als voorbeeld zien en het daarom ook ging proberen zodat hij niet naar school zou hoeven.

Ik heb me daar nooit in kunnen vinden want als hij het leuk zou hebben op school dan gaat een kind niet zulk gedrag vertonen en aangezien hij ook al 2 jaar aan het tegenstribbelen was begon bij hem ook een zoektocht naar wat hem dwars zou zitten.

Hij had inmiddels een aantal jaar logopedie en de scores waren elke keer gemiddeld waardoor zij op een gegeven moment zei dat logopedie niet meer nodig was en hij geen TOS heeft. Ook na een half jaar geen logopedie te hebben gehad heb ik hem opnieuw laten testen om het zo wel in de gaten te blijven houden, maar ook toen waren de scores goed. Ik begon er een beetje vertrouwen in te krijgen dat hij dan waarschijnlijk echt geen TOS kon hebben.

We gingen verder met onze zoektocht en 3 van onze kinderen scoorden bij het onderzoek van kentalis vrij hoog op de non-verbale intelligentietest. Waardoor we het vermoeden kregen dat ook hoogbegaafdheid een rol speelde in ons gezin. Ook Albert heeft zich laten onderzoeken hierop en daar was geen twijfel over mogelijk. Hij had dus een TOS in combinatie met hoogbegaafdheid. Bij onze meiden was deze combinatie ook duidelijk zichtbaar. Bij Jurre gingen we dus ook hoogbegaafdheid vermoeden. We spraken het voorzichtig uit op school, maar zij gaven aan geen duidelijke kenmerken te zien, maar wel erg goed was met cijfers! Bij ons bleef het wel in ons hoofd zitten en hebben meerdere keren gevraagd om iets meer uitdaging op reken gebied en andere manier van leren bij hem aan te bieden. Niet te veel, want hij kan ook niet tegen te veel druk en als dingen moeten. Een school voor hoogbegaafden of een plusklas is dus ook niet voor hem weggelegd.

Uiteindelijk hebben ze eind groep 3 eindelijk wat aanpassingen gedaan waardoor het iets beter leek te gaan. Helaas niet voor lang en hebben we besloten op zoek te gaan naar een coach gespecialiseerd in hoogbegaafdheid. Hij zag wel wat kenmerken, maar het was niet een stereotype hoogbegaafdheid. Hij wilde Jurre eens observeren en gesprekken met ons. Hij kwam uiteindelijk met de conclusie dat het heel goed zou kunnen dat hij hoogbegaafd is, maar dat er ergens een belemmering zit.

Albert en ik keken elkaar aan en dachten hetzelfde. Een hele grote kans dat er toch een TOS in het spel is!

Hoe hadden we zo stom kunnen zijn om dat niet te zien. Na 3 kinderen met TOS hoopten we denk ik vooral heel erg dat Jurre het niet zou hebben en het hem bespaard zou blijven. We hadden het achteraf kunnen weten. Ik heb nooit de link gelegd dat de scores op de testen van de logopedie die gemiddeld waren, te laag waren in vergelijking met zijn intelligentie scores en dat terwijl we er al 2 hebben die dezelfde combinatie hebben. Hun scores waren alleen op taalvlak nog lager en op meerdere onderdelen. De TOS is bij Jurre waarschijnlijk niet zo groot als bij onze andere drie.

Natuurlijk kunnen we onszelf en niemand anders hier niet de schuld van geven. Het is gewoon zo moeilijk zichtbaar in deze combinatie. Inmiddels staat Jurre op de wachtlijst voor de onderzoeken om te kijken of er daadwerkelijk in TOS speelt en hij gaat ook een onderzoek krijgen om zichtbaar te krijgen hoe hij op alle vaardigheden scoort qua intelligentie zodat ze hem op school kunnen aanbieden wat bij hem past en wat ze op welk gebied van hem kunnen verwachten.

Hopelijk komt er wat duidelijkheid en gaat hij snel weer met plezier naar school.

Albert

De puzzel van zelfontdekking: Navigeren door de oceaan van neurodiversiteit

En daar kan ik maar geen vrede mee hebben! Mijn brein werkt zo niet. Mijn brein wil het op zwart-wit zien en wil dus bewijzen zien. Ik ben te analytisch en ben daardoor constant aan het vergelijken en onderzoeken wat een persoon met TOS kan en niet kan. Kijk naar mijn kinderen waar zij tegenaan lopen en zie gelukkig veel raakvlakken. Zei je nou gelukkig? Inderdaad, gelukkig zie ik raakvlakken, anders was het voor mij nog steeds niet duidelijk waarom ik zo denk en doe. Als ik zo typ, beeld ik mij in een grote zwarte grot, waar maar geen einde aan lijkt te komen. Dit gevoel heb ik nu omdat ik er bewust van ben vanwege de kinderen en persoonlijke groei. Daarvoor voelde ik mij onbewust zo en was het gewoon voor mij.

Maar dan kijk ik verder en zie de kernmerken van een gemiddelde autist, dyslect en AD(H)D’er. Pff, wat komt dat dan toch erg dichtbij. Deze stoornissen hebben veel raakvlakken waardoor het alleen maar moeilijker wordt. Want als ik mijn kernmerken, de dingen waar ik tegenaan loop en de dingen die ik heel goed kan, vergelijk, dan zie ik ook raakvlakken met dyslexie en AD(H)D. Een weetje; voordat ik iets wist van TOS, ben ik een keer bij de huisarts geweest, omdat ik dacht dat ik autistisch was. De grote reden hiervan is: geen sociale contacten en moeite met gesprekken voeren en niet begrepen voelen.

Tja, dat maakt het niet makkelijker en dan wordt er gezegd: ‘zoek er dan niet naar’, maar zo werk ik dus niet, en dat is natuurlijk niet heel vreemd. Ik heb daarvoor ook in een soort puzzeldoos geleefd. Puzzelstukjes die niet samenvielen omdat ik het plaatje van de puzzeldoos miste. Nu ik weet dat ik TOS heb, want dat is gewoon een feit, leef ik nu meer buiten de doos, zodat ik het voorbeeld zie van de puzzel.

Maar alleen TOS is dan de vraag; stel dat ik toch een andere stoornis heb? Toen kwam er weer een nieuwe term; comorbiditeit. Nooit eerder van gehoord. Het blijkt dat dyslexie en AD(H)D comorbiditeitsstoornissen zijn. Net als hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. Ze gaan soms gepaard met een andere stoornis, zoals autisme of TOS. Mijn dochter heeft het ook; zij heeft TOS en is hoogbegaafd.

De term was voor mij nieuw en heeft weer voor nieuwe inzichten gezorgd. Inzichten die onderzocht moesten worden. Op zoek naar antwoorden; waarom doe ik dat zo en wie ben ik nou werkelijk? Weet je, dan ben ik toch wel erg voor labels. Labels zeggen niet wie je echt bent. Het is voor mij een richtingaanwijzer. Ik ben op dit moment stuurloos. Ik weet waar het noorden ligt, maar om naar een specifiek punt te gaan is voor mij op dit moment erg lastig. Beetje dobberen op de grote oceaan, continu kijken naar de noorderster of de zon is natuurlijk erg vermoeiend en vergt een groot uithoudingsvermogen. Daarom ben ik op zoek naar bewijzen, en die krijg ik alleen als ik het label heb. Dan kan ik gerichter naar mezelf kijken.

Voor mij blijft de hamvraag: ik weet het op dit moment niet. Als ik kijk naar hoe ik me de laatste tijd heb ontwikkeld, zou ik bijna zeggen dat ik niet alleen TOS heb, of is dit dan toch puur TOS met een bepaalde karaktereigenschap? Je leest het; ik ben nog steeds aan het uitvogelen waarom ik zo doe en denk. Het gevoel van het impostersyndroom heerst ook af en toe in mij. Straks blijkt dat ik gewoon een fraudeur ben omdat ik, als ik mezelf vergelijk met een andere TOS’er, niet zo’n zware vorm heb en meer kan. Ik ben nota bene een ondernemer en heb een succesvolle carrière achter de rug! Dit alles maakt het er niet makkelijker op.

Het leek dat ik rust had toen mijn kinderen gediagnosticeerd met TOS waren, maar helaas kom ik nu ook achter andere dingen die ik op dit moment niet even kan plaatsen. Te weinig kennis, inzicht en ondersteuning uit het verleden hebben hiermee te maken. En daarmee moet ik het voor nu even mee doen. Het is nu aan mij dat ik die richtingaanwijzers krijg. Alleen zelfdiagnose doen is natuurlijk helemaal niet goed, en daarvoor moet ik een professional inschakelen.

Voor iedereen die worstelt met het begrijpen van hun eigen gedrag of diagnose: je bent niet alleen. De weg naar zelfkennis en acceptatie is kronkelig en soms duister, zoals een grote zwarte grot zonder zichtbaar einde. Maar onthoud, elke stap die je zet, is een stap dichter bij het licht. Het is oké om je soms verloren te voelen, maar geef niet op. De antwoorden die je zoekt, kunnen dichterbij zijn dan je denkt.

Als je dit leest en je herkent jezelf in mijn verhaal, weet dan dat het zoeken naar hulp een teken van kracht is, geen zwakte. Ik moedig je aan om de stap te zetten en professionele begeleiding te zoeken. Het is ook belangrijk om je verhaal te delen. Door onze ervaringen te delen, bouwen we aan een gemeenschap die elkaar ondersteunt en begrijpt. Laat ons in de reacties weten hoe jouw reis is.

Albert, Flore, Lenthe

Nieuwe ontwikkelingen en presentatie geven over mijn leven met TOS

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets geschreven heb voor ‘Een huis vol TOS’. Er is veel gaande, waardoor wij even geen tijd hadden om een blog te schrijven. Ik heb op dit moment ook niet echt een specifiek onderwerp. Deze blog zal ook in het teken staan van het aanmeld proces bij Kentalis en de presentatie die ik mocht geven voor ouders die een kind hebben met een TOS.

De kinderen

Laten we eerst bij onze kinderen beginnen. We gaan samen met de school van Lenthe en Flore het traject voor aanmelding bij Kentalis opnieuw starten. De benodigde documenten zijn afgeleverd bij de commissie van Kentalis. We zien dat Flore (die nu in groep 4 zit) en Lenthe (in groep 6) het toch erg lastig vinden op school. We willen echt heel graag ondersteuning/hulp van Kentalis voor onze kinderen. We maken al gebruik van Kentalis Zorg (een totaal andere tak binnen Kentalis) en daar zijn we enorm blij mee. Alleen richt Kentalis Zorg zich meer op het sociaal-emotionele en de logopedie, en niet op het onderwijzen van onze kinderen. Daarom willen we graag ambulante begeleiding en eigenlijk voor Flore een Cluster-2 school, omdat we zien dat Flore de meeste moeite heeft op school.

Tweede poging!

Dus, een tweede poging, maar dit keer met meer informatie en uitslagen van de diagnose van de logopediste van Kentalis Zorg. Daarbij gaat de school ook een verslag toevoegen. Een verslag van de school zelf en een stuk over thuis. Hopelijk overtuigt dit de commissie dat onze kinderen echt begeleiding nodig hebben. Heel erg spannend. Een kind hebben dat tussen wal en schip valt, is echt niet leuk, en hopelijk zien zij dat ook in! We blijven vechten!

Door Kentalis Zorg krijgen we ook thuisbegeleiding. Eens in de zoveel tijd komt er iemand langs die beoordeelt en meedenkt over de thuissituatie. Erg handig.

Ik werd gevraagd…

Tijdens zo’n thuisbezoek werd ik gevraagd of ik het leuk zou vinden om eens mijn verhaal over TOS te vertellen op een voorlichtingsavond. Ik heb niet getwijfeld en heb gelijk volmondig ja gezegd. De reden hiervoor is dat TOS enorm breed is en daardoor per individu verschilt. Wij hebben ook voor onze kinderen een psycho-educatieavond in Zwolle bijgewoond en toen kregen we ook een presentatie over een jonge dame die TOS heeft. Haar verhaal en ervaring met TOS waren zo anders dan die van mij dat ik even dacht: Zo, die heeft het wel zwaar gehad. Tja, je voelt dat eerder bij een ander en in de ogen van Gerjanne was het voor mij ook zwaar. Maar ja, mijn indruk op haar was erg verrassend. Dat is natuurlijk niet de enige reden waarom ik ja heb gezegd. Ik wil TOS meer bekendheid geven, maar ik wil de ouders van kinderen die een TOS hebben en bij wie hun kinderen relatief kortgeleden gediagnosticeerd zijn, helpen. Dit kan bij een aantal ouders gevoelig liggen, vooral bij ouders die al een lange tijd vechten vanwege het gedrag van het kind. Ik bedoel meer dat relatief veel scholen niet zien of een kind een TOS heeft of niet. Deze kinderen worden bestempeld met een andere stoornis of gedragsproblemen. De ouders kunnen erg worstelen met de school om voor het kind de juiste zorg en onderwijs te regelen. Wanneer je er pas achterkomt als het kind al in de puberfase zit, dan is dat wel een schok, voor het kind maar ook voor de ouders. Dat hadden wij met Thijmen, maar Thijmen zat al op een SBO-school, waardoor hij toch de juiste zorg en begeleiding kreeg. Maar ik voel heel erg mee met de ouders van wie het kind later dan op 12-jarige leeftijd te horen krijgt dat het een TOS heeft. Dat moet toch wel impact hebben gehad. Ik wil daarom mijn verhaal vertellen en hen helpen om het een en ander met betrekking tot TOS toe te lichten en te nuanceren.

Hoe het ging…

Dus, ik heb ja gezegd en toen is het balletje gaan rollen. Ik ben een paar weken geleden gevraagd of ik op 15 november een presentatie wilde geven op De Skelp in Drachten. Tuurlijk, zei ik! Het leek mij helemaal leuk omdat die school ook mijn oude school is. Op 15 november moest ik daar om half 9 aanwezig zijn en om 9 uur zouden we dan beginnen met de voorlichting. Mijn eerste keer, dus ik vond het wel erg spannend. Er gingen natuurlijk aardig wat stemmetjes af in mijn hoofd, waarvan één wel meer aanwezig was: “Wie vindt jouw verhaal boeiend?”, “Wordt vast saai.” Haha, ik moet er nu wel om lachen, want het tegendeel is bewezen. Ik heb er echt van genoten en door de belangstelling en vragen met betrekking tot mijn leven met TOS blijkt dat zij ook helemaal meegingen in wat ik vertelde. Echt super! Ik heb het erg luchtig, interactief en af en toe met een beetje humor gebracht. Want ja, authentiek zijn blijft het mooiste en daar hoort humor ook bij, ongeacht dat het een serieus en gevoelig onderwerp is. Oh ja, en wat ik ook dacht. De voorlichting was van 9 uur tot 11 uur; ruim 2 uur moest ik wat vertellen. Ik dacht eerst: Hoe ga ik die 2 uur volpraten? Toen nog even in overleg met de mensen die er ook bij waren van school. Twee logopedisten en iemand van systemisch werken. Of ik echt die 2 uur vol moest maken. Nee, dat hoefde niet, zeiden ze. Een uur of 1,5 uur is ook prima. Nou, het bleek dus dat die 2 uur te weinig was! Dus ik moest mijn presentatie een beetje inkorten.

Na de presentatie kwamen nog een aantal ouders en grootouders naar mij toe, gaven mij een compliment en vertelden ook over de situatie van hun kind of kleinkind. Altijd interessant om te horen wat ze hebben meegemaakt en hoe ze erachter zijn gekomen, maar ook hoe zij TOS ervaren.

Mijn presentatievaardigheden zijn niet zoals je zou verwachten, maar het is in ieder geval een mooi begin. Dit smaakt naar meer en hopelijk mag ik vaker een voorlichting geven op scholen en voor ouders. En gelukkig werd er direct na mijn presentatie gevraagd of ik een keer voor de docenten en logopedisten wilde presenteren. Natuurlijk wil ik dat, zei ik. Dus, het krijgt een leuk vervolg! Hopelijk komen er meer, want ik doe het uit dankbaarheid en liefde.

Presenteren

Presenteren is natuurlijk altijd een drempel voor mij geweest. Presentaties geven moet ik regelmatig doen in mijn vakgebied. Workshops geven gaat ook middels presentaties en als ik een klant iets moet uitleggen wat er mogelijk is binnen mijn vakgebied, dan is presenteren de enige manier om dat effectief over te brengen. En toch word ik er nerveus, gespannen en faalangstig van. Het is meer dat ik bang ben dat ik door de mand val. Heel erg vreemd, want door de mand vallen is bij mij niet mogelijk omdat ik genoeg weet over wat ik presenteer. Dit gevoel had ik natuurlijk ook op weg naar de voorlichting. Maar het was totaal een andere presentatie dan ik ooit eerder heb gegeven. De anderen waren technisch en deze ging over mijn leven. Toch bleef het gevoel totdat ik startte met de presentatie. Ik heb er een heel ander gevoel aan overgehouden en hopelijk zal dit ook worden geactiveerd als er een voorlichting gepland staat.

Dank aan iedereen die de tijd heeft genomen om deze blog te lezen. Jullie steun en interesse betekenen veel voor ons en helpen ons om te blijven vechten en groeien. We kijken uit naar wat de toekomst ons brengt en zullen onze reis blijven delen, met al zijn hoogte- en dieptepunten, in de hoop dat het anderen kan helpen en inspireren.

vakantie

Op vakantie met de familie Neef

De vakantieperiode is voor velen alweer voorbij. Ook wij hebben onze vakantie achter de rug en onze kinderen zijn vorige week weer begonnen met school. We hebben een fantastische vakantie gehad en ik wil graag onze ervaringen delen in deze blog. Lees verder om te ontdekken hoe wij onze vakantie hebben beleefd.

De voorbereiding

Gerjanne vindt het erg leuk om de vakantie in te plannen. Het indelen en plannen van de vakantie heeft ze begin van dit jaar gedaan. De bestemming was in de bergen, want daar waren we een lange tijd niet meer geweest en Gerjanne vindt het heerlijk – een vakantiegevoel – als ze omringd wordt met (hoge) bergen. Ze stippelde een route uit naar Frankrijk, om specifiek te zijn, het meer van Annecy, en daarna nog een weekje in de Eifel in Duitsland voor op de terugweg naar Nederland. Dit vindt ze erg leuk om te doen en deze keer wilde ze ook langer dan 1,5 of 2 weken. Dus, ze plande een vakantie van ruim 3 weken in.

Ze heeft natuurlijk wel om mijn mening gevraagd, maar ik ben al snel tevreden. Ik moet zeggen dat ik het de laatste paar keer meer losgelaten heb en haar planning meer als een verassing beschouw. Een paar jaar geleden wilde ik de controle over het geheel hebben, omdat ik mij anders niet prettig en angstig zou voelen. Dit komt vooral omdat ik het spannend vind om met de auto en caravan de hoge bergen in te rijden. Niet dat ik erg onzeker en angstig ben tijdens het autorijden, maar door te gaan onderzoeken welke bergen we tegenkomen, creëer ik voor mezelf alleen maar beren op de weg en daardoor stress.

De reis

camping Porte des Vosges bij Bulgneville

Onze bestemming was het meer van Annecy in Frankrijk. Gerjanne heeft het heel slim aangepakt, want we hebben de eerste dag super rustig gedaan. We vertrokken rond 14 uur vanuit huis naar een camping in Nederland, vlak bij de Duitse grens, ergens bij Arnhem. Een prachtige, rustige camping. De volgende dag reden we verder door Duitsland naar een camping in Frankrijk, camping Porte des Vosges bij Bulgneville. Dat was op een vrijdag, en we zouden daar tot maandag blijven vanwege de verwachte zwarte zaterdag. Daar hadden we geen zin in, dus besloten we drie nachten op die camping te blijven. Het was een leuke camping, vooral ingericht voor vakantiegangers die een tussenstop maken. Simpele plekken waar je snel je caravan kunt plaatsen zonder deze los te koppelen van de auto. Zo kun je de volgende dag snel weer vertrekken. De reis naar die camping verliep lekker rustig. De kinderen vermaakten zich prima, want ze kregen om de zoveel tijd een cadeautje. Ze vonden dit geweldig. We rijden in een 7-persoons auto, om precies te zijn een Dacia Jogger. Een comfortabele auto waarin de kinderen op de achterste rij (de derde zitrij) goed kunnen zitten. Onze vaste indeling is dat Flore en Jurre op de derde rij zitten en Lenthe en Thijmen op de tweede rij. Flore en Lenthe zitten achter mij. Flore wil altijd graag weten hoelang de reis nog duurt. Ze vraagt dit regelmatig, soms zelfs te vaak. Gerjanne geeft dan antwoord, bijvoorbeeld: “Volgens de navigatie nog twee uur en tien minuten.” Maar het kan zomaar zijn dat Flore na 5 minuten weer vraagt hoelang het nog duurt. Ik denk dat alleen Flore dit echt wil weten, maar Thijmen en Lenthe kunnen het zien op de navigatie, dus zij vragen het niet zo snel. Jurre daarentegen is er niet zo mee bezig. Af en toe vraagt hij het wel, maar meestal zit hij rustig met zijn Nana (zijn knuffel) te ontspannen.

Op de camping hebben de kinderen zich uitstekend vermaakt. Jurre ging meteen op pad om de speeltuin te ontdekken. De anderen, vooral Thijmen en Lenthe, waren wat terughoudender. Jurre is iemand die graag contact maakt en vriendjes zoekt. Ik denk dat dit met zijn leeftijd te maken heeft, want Thijmen was op die leeftijd ook zo. Thijmen zit nu liever achter zijn telefoon, filmpjes te kijken of een spelletje te spelen. We hebben hier afspraken over gemaakt zodat hij niet al zijn tijd aan zijn telefoon besteedt.

Naar Annecy

Behalve Thijmen, hebben de anderen veel geslapen in de auto.

Het is maandagochtend en we vertrekken van de camping Porte des Vosges bij Bulgneville richting Annecy, een rit van ongeveer 4 tot 5 uur. Ook tijdens deze rit kregen de kinderen om de zoveel tijd een cadeautje, waardoor ze zich konden vermaken in de auto. En ja, ook nu vroeg Flore regelmatig hoelang het nog zou duren. Af en toe hadden Thijmen en Lenthe hun melige momenten die uiteindelijk in een ruzie eindigden. Meestal grepen wij dan in, omdat het anders te druk en chaotisch werd in de auto. Dat geeft mij een onrustig gevoel. Gelukkig gebeurde dit niet vaak.

Eindbestemming

Uitzicht bergen rondom het meer

Eenmaal aangekomen op Camping La Ravoire parkeerden we de caravan en begonnen we met het uitpakken en opzetten van de luifel en twee kleine tentjes voor de kinderen. We hadden een prachtige plek met uitzicht over de camping en de bergen. De camping is klein en overzichtelijk, wat vooral voor Jurre ideaal is. Jurre, altijd nieuwsgierig, ging meteen op onderzoek uit. De speeltuin was aan de andere kant van de camping, dus hij moest wel een stukje lopen. We moesten leren los te laten en vertrouwen te hebben dat hij niet zou verdwalen. De camping heeft een leuk zwembad met twee glijbanen, naast de speeltuin. Gelukkig was er een hek om het zwembad, zodat de kleintjes niet zomaar bij het water konden komen. Jurre is bezig met zijn A-diploma, dus je laat hem niet onbeheerd achter bij het water. Ook al was het zwembad niet diep en kon Jurre er gewoon staan, je laat hem toch niet alleen.

Contact

Jurre maakt makkelijk contact met andere kinderen in de speeltuin. Hij doet wat gekke dingen, probeert stoer te doen, en voor je het weet heeft hij contact met een ander kind. Er was ook een springkussen bij de speeltuin, en daar was hij vaak te vinden.

Flore maakt ook snel vriendinnetjes, maar voor Lenthe is dat lastiger. Ze is wat onzeker en vraagt soms advies aan mama over hoe ze contact moet maken. Ze speelt dan ook vaak met Flore, wat Flore heel leuk vindt. Maar als Flore een vriendinnetje heeft gevonden, maakt Lenthe zich zorgen. Ze verveelt zich dan en is ook een beetje bezorgd. Toch hebben Flore en Lenthe het grootste deel van de vakantie samen doorgebracht. We zaten een week op die camping en tot die tijd hadden onze kinderen nog geen echte vriendjes of vriendinnetjes gemaakt. Maar na een week kwam daar verandering in.

Ik wil nog even toevoegen dat ze in de eerste week wel wat contacten hebben gelegd. Alle kinderen eigenlijk. Lenthe ontmoette iemand tijdens het zwemmen en was daar heel blij mee. Thijmen ging soms alleen zwemmen en maakte daar contact met een Engelse jongen van zijn leeftijd. Ze konden goed communiceren en speelden samen in het zwembad. Maar buiten het zwembad zochten ze elkaar niet echt op, waarschijnlijk was er gewoon geen echte klik. Flore had ook even een vriendinnetje.

Vriendjes en vriendinnetjes

We zaten een week op de camping en toen veranderde de interactie met andere kinderen. Er waren zowel positieve als negatieve ervaringen. Eerst het positieve: Lenthe en Flore maakten vriendinnen die ook zusjes waren. Ze speelden die week veel samen. Thijmen maakte contact met een jonger jongetje, maar ze deelden dezelfde interesse in Pokémon. Dat vond Thijmen geweldig. Ik begrijp hem wel, want ik had vroeger ook meer contact met kinderen die een paar jaar jonger waren dan ik. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de manier waarop je opgroeit. Bij TOS ben je communicatief misschien iets ‘jonger’ dan gemiddeld. Dus in die tweede week hadden Thijmen, Lenthe, Flore en Jurre allemaal vriendjes en vriendinnetjes op de camping. Ze hadden het geweldig, totdat er nieuwe campinggasten naast ons kwamen staan.

Helaas gebeuren er ook andere dingen op de camping

De negatieve ervaring die wij halverwege de tweede week hadden, is dat onze kinderen werden gepest. Het begon bij Thijmen, en wat er exact gebeurde weet ik niet. Ik heb het alleen van Thijmen en zijn vriendje gehoord. Onze buren hebben drie kinderen, waarvan één een puber (ik schat ongeveer 14 jaar oud), een jongen van de leeftijd van Thijmen en nog een jongere van, denk ik, Lenthe haar leeftijd. Die kinderen hadden op die avond direct contact met andere kinderen en vormden samen een grote groep. Ik zag dat en ik kon het toen ook vergelijken met mijn kinderen. Mijn kinderen hebben daar moeite mee en proberen dan ook op de manier van soort-zoekt-soort. De kinderen van onze buren deden dat ook, alleen zochten zij in meerdere mate. De klik was er direct en dan met meerdere kinderen. Dit is natuurlijk niet negatief, en zo zie je maar weer hoe we met elkaar omgaan of proberen te vinden en dat TOS toch een andere manier heeft.

Maar helaas bleef het niet bij dat, en moest het groepje Thijmen en zijn vriendje hebben. Op die avond was Thijmen bezig met Pokémon Go en vroegen die kinderen uit het groepje waar hij mee bezig was. Ze zagen Thijmen natuurlijk op zijn telefoon bij de receptie (daar had hij beter bereik). Toen Thijmen met trots vertelde dat hij Pokémon Go deed, begonnen de kinderen hem uit te lachen en zeiden: “Wie speelt er nou Pokémon GO? Dat is zo kinderachtig!” Dus, Thijmen reageerde er natuurlijk op, waardoor het alleen maar erger werd. Uiteindelijk zijn hij en zijn vriendje erbij weggelopen, maar ze waren vanaf dat moment het pispaaltje. Dus, iedere keer als ze elkaar tegenkwamen, werden bepaalde woorden naar hen geroepen. Flore was ook de pineut omdat ze zo nu en dan ook bij Thijmen was. Flore was echt boos en vond het zwaar irritant dat die jongens en voornamelijk onze buren erg vervelend waren. Gerjanne en ik hebben er wel even over gehad en dat ze hen moesten negeren. Daarbij heb ik iedereen toegesproken om ermee op te houden; we hebben potverdorie vakantie, en wie gaat er nou tijdens de vakantie pesten?? Helaas hielp dit niet.

Op een avond kwam Lenthe overstuur naar mij toe, want ze was toen voor het eerst de pineut voor dat groepje. Een van de jongens van de buren vond dat Lenthe altijd boos keek. Lenthe vond die opmerking apart, want dat was ze niet en deed ze niet. Daarna werden nog hele rare woorden geroepen naar Lenthe. Ze is toen maar weggegaan samen met haar vriendinnetje. Ze moesten toen ook alleen Lenthe hebben en niet haar vriendinnetje.

Ik heb er zelf bijna geen punt van gemaakt, want we hadden nog twee dagen. Ik vond het toen niet de moeite waard om bij de buren langs te gaan en te overleggen wat we hiermee moesten. Toch vond ik dit wel merkwaardig dat onze kinderen het pispaaltje waren. Ik ben daardoor de hele situatie even gaan analyseren.

Mijn gedachten

Ik merk wel aan mijn kinderen, op Jurre na dan, dat ze moeite hebben met contact maken met kinderen van dezelfde leeftijd. Als ik mij goed herinner, had ik dat ook. Je voelt je toch anders dan die kinderen in een grote groep. Deze kinderen maken snel contact met anderen, waardoor er een relatief grote groep ontstaat. Onzekerheid en lastig communiceren maakt het lastig om met zulke kinderen in contact te komen, en daarbij het risico dat je gezien wordt als “anders”, waardoor je mogelijk het pispaaltje wordt beschouwd. Dat ze op een gegeven moment tegen Lenthe zeiden dat ze altijd boos keek, is op zich heel logisch. Ik moet zeggen dat ik die opmerking ook wel eens heb gehad van een ander, terwijl ik nooit boos was. En dat had Lenthe ook, want ze was wel verbaasd over die reactie. Dat ik en Lenthe “boos” kijken, is ook het gevolg van TOS. Er zit nu eenmaal wat minder emotie in onze uitdrukking, waardoor sommigen het als boos interpreteren.

Toch een hele leuke vakantie gehad

Al met al hebben we een hele leuke vakantie gehad, maar helaas moest er gewoon gepest worden, en het leek (is een aanname) dat mijn kinderen de dupe waren van die grote groep. Mijn kinderen kunnen daar weliswaar goed mee omgaan, omdat we erover praten en daarbij ook de groep gevraagd hebben om ermee op te houden. Wij zeiden: het is met elkaar spelen of blijf gewoon uit de buurt en zoek het dan niet op. Dit heeft wel een beetje geholpen.

Plotselinge veranderingen

Kloof: Gorger de Fier

Thijmen, Lenthe en Flore reageren trouwens op de vakantie goed op plotselinge veranderingen. Thuis hebben ze daar meer moeite mee, vooral Lenthe en Flore. Op vakantie hebben we natuurlijk leuke excursies gedaan, en dat beviel bij Lenthe en Thijmen bij één excursie niet, en dat was in een kloof. Ik moet zeggen dat ik het zelf ook niet erg prettig vond, want je loopt langs een kloof op een soort steiger. Er is maar één pad, dus er lopen dan ook mensen weer terug, waardoor het best druk en chaotisch was. Thijmen en Lenthe vonden het ook een beetje spannend, en dat begrijp ik. Het is ook een beetje onnatuurlijk om binnen de kloof te gaan lopen.

Het contact blijft, ook na de vakantie

Toen we weggingen, richting huis, hebben de meiden contactgegevens uitgewisseld met hun vriendinnetjes en via de WhatsApp van mama zo nu en dan gecommuniceerd. Thijmen heeft dat ook gedaan en had toen regelmatig contact met zijn vriendje. Lenthe en Flore zijn na de vakantie uitgenodigd om bij hen te logeren, en dat hebben ze in de week na onze vakantie gedaan. Toch mooi dat ze dikke vriendinnen hebben gemaakt.

Soort-zoekt-soort

Het valt echt op dat er op die manier toch wordt gekeken naar soort-zoekt-soort, en dat is natuurlijk helemaal prima. Je voelt je toch fijner bij mensen die een beetje gelijkwaardige interesses en behoeftes hebben. Om jezelf aan te passen om bij die groep te horen, vraagt natuurlijk iets van je, en dat lever je in. Je bent dan niet meer jezelf, en dat kost heel veel energie. Ik ben blij dat mijn kinderen die behoefte niet hebben. Ik bedoel dan de behoefte om bij een groep te horen. Dat had ik namelijk wel, omdat het mij altijd erg gezellig leek. De groep op de camping had het ook erg leuk samen, want ze deden ’s avonds een soort verstoppertje met walkietalkies, en dat is natuurlijk erg gaaf.

Naar Duitsland en naar huis

Op de camping in de Eifel, Duitsland

We hebben de vakantie natuurlijk mooi af kunnen sluiten. Na de hoofdvakantie zijn we nog een weekje in Duitsland gebleven. Op die camping hebben de kinderen geen contacten gemaakt omdat we er niet zo lang zouden blijven. Daarbij hadden ze niet echt de energie niet meer voor om contacten te leggen of initiatieven te nemen. We zijn daar ook niet lang gebleven. De meiden? Die hebben nog steeds contact met de vriendinnetjes van de camping. Dat zegt al genoeg, toch? Iedereen heeft het naar zijn zin gehad en daar gaat het uiteindelijk om. We denken er sterk over na om volgend jaar weer naar deze camping te gaan. De kinderen vinden het geweldig en als zij blij zijn, zijn wij dat ook.

Wij zijn trots op hoe onze kinderen zich hebben aangepast en hoe ze hebben gereageerd op nieuwe en soms uitdagende situaties. Het herinnert me eraan dat, ongeacht de uitdagingen die we tegenkomen, het de manier is waarop we reageren en de steun die we elkaar gegeven, die het verschil maakt.

Ik hoop dat je door mijn verhaal een beetje een idee hebt gekregen van hoe onze vakantie was. Mocht je nog vragen hebben of iets willen zeggen, laat het me gerust weten. Ik hoor graag van je! En voor diegene die ook op vakantie zijn geweest, ik zou graag horen over jullie ervaringen! Hoe hebben jullie kinderen zich aangepast? Wat waren jullie hoogte- en dieptepunten? Laat me weten in de reacties hieronder