hoogbegaafdheid, Jurre, school

Toch onze vierde ook?

Jurre was een verademing als peuter wat betreft het snappen wat ik vroeg of uitlegde. Het was heel anders dan bij de andere drie. Veel minder frustratie van beide kanten.

Toen hij 2,5 jaar was ging hij 2 ochtenden naar de peuterspeelzaal. Hij was nooit naar een opvang geweest zoals de andere drie omdat ik vanaf zijn geboorte gestopt ben met werken. Het leek me dus goed zodat hij ook omgang had met leeftijdgenootjes en voorbereiding op de basisschool.

De peuterspeelzaal was vanaf het begin een strijd om hem heen te krijgen. Hij had veel moeite met afscheid nemen, maar als ik eenmaal weg was had hij het snel weer naar zijn zin volgens de leidster. Ik dacht dat het kwam omdat hij moest wennen zonder mij ergens te zijn. Ik was immers altijd met hem. Het werd alleen niet beter en op een gegeven moment zei de leidster dat ze voor hem het vve programma wilden aanvragen. Dat betekende dat hij 4 ochtenden per week naar de peuterspeelzaal zou gaan in plaats van 2. Dit omdat hij achterliep met zijn spraak. Het was mij niet opgevallen en achteraf bleek natuurlijk waarom. Ik had thuis ook niet het juiste vergelijkingsmateriaal.

Hij ging uiteindelijk 4 ochtenden per week en het brengen bleef een strijd. Verder ging het wel goed en hij mocht zijn lievelingsknuffel altijd meenemen, dat hielp.

Ondertussen hadden we ook de nodige strijd met onze dochter op school. En kwamen we terecht in allerlei onderzoeken. Dit kostte de nodige energie en ik was zelf herstellende uit een burn-out waardoor de focus even niet op Jurre lag. Het was voor mij dan ook fijn was als hij even die uurtjes op de peuterspeelzaal zat.

Uiteindelijk werd onze dochter doorverwezen naar Kentalis om zich te laten onderzoeken op TOS. Bij de verwijzing heb ik gelijk aangegeven dat ik dan al onze kinderen op de wachtlijst wilde hebben omdat taal een rode draad leek in ons gezin. Al onze kinderen leken moeite te hebben met de taal. Gelukkig gaf de jeugd praktijkondersteuner daar gehoor aan.

De uitslagen kwamen binnen en onze oudste drie kregen de diagnose TOS. Jurre kreeg de uitslag van een vermoedelijke TOS, dit omdat hij net 4 was geworden en te jong om een definitieve diagnose te geven. Hij scoorde ook beter dan zijn broer en zussen op het begrip van taal en zou het dus ook kunnen gaan om een taalachterstand omdat hij in een omgeving opgroeide waarin hij niet het juiste voorbeeld kreeg met al die TOS’ers om hem heen. Ook zou met de juiste begeleiding in de vorm van logopedie de kans groot zijn dat er met zijn 10e jaar niks meer van de achterstand te zien zou zijn.

Hij is inmiddels 7 en al vanaf groep 1 blijft het een strijd om hem naar school te krijgen, met uitzondering van periodes waarin het wel soepel gaat.

Zijn zussen zijn naar cluster 2 onderwijs gegaan toen hij in groep 2 zat. De strijd met naar school gaan laaide in alle hevigheid weer op en het werd afgedaan met dat hij moeite zou hebben met dat zijn zussen naar een andere school waren gegaan en zij hadden moeite met het wennen daaraan en stribbelden dus ook regelmatig tegen. Ook zijn oudste zus ging al jaren met strijd naar school dus hij zou dat als voorbeeld zien en het daarom ook ging proberen zodat hij niet naar school zou hoeven.

Ik heb me daar nooit in kunnen vinden want als hij het leuk zou hebben op school dan gaat een kind niet zulk gedrag vertonen en aangezien hij ook al 2 jaar aan het tegenstribbelen was begon bij hem ook een zoektocht naar wat hem dwars zou zitten.

Hij had inmiddels een aantal jaar logopedie en de scores waren elke keer gemiddeld waardoor zij op een gegeven moment zei dat logopedie niet meer nodig was en hij geen TOS heeft. Ook na een half jaar geen logopedie te hebben gehad heb ik hem opnieuw laten testen om het zo wel in de gaten te blijven houden, maar ook toen waren de scores goed. Ik begon er een beetje vertrouwen in te krijgen dat hij dan waarschijnlijk echt geen TOS kon hebben.

We gingen verder met onze zoektocht en 3 van onze kinderen scoorden bij het onderzoek van kentalis vrij hoog op de non-verbale intelligentietest. Waardoor we het vermoeden kregen dat ook hoogbegaafdheid een rol speelde in ons gezin. Ook Albert heeft zich laten onderzoeken hierop en daar was geen twijfel over mogelijk. Hij had dus een TOS in combinatie met hoogbegaafdheid. Bij onze meiden was deze combinatie ook duidelijk zichtbaar. Bij Jurre gingen we dus ook hoogbegaafdheid vermoeden. We spraken het voorzichtig uit op school, maar zij gaven aan geen duidelijke kenmerken te zien, maar wel erg goed was met cijfers! Bij ons bleef het wel in ons hoofd zitten en hebben meerdere keren gevraagd om iets meer uitdaging op reken gebied en andere manier van leren bij hem aan te bieden. Niet te veel, want hij kan ook niet tegen te veel druk en als dingen moeten. Een school voor hoogbegaafden of een plusklas is dus ook niet voor hem weggelegd.

Uiteindelijk hebben ze eind groep 3 eindelijk wat aanpassingen gedaan waardoor het iets beter leek te gaan. Helaas niet voor lang en hebben we besloten op zoek te gaan naar een coach gespecialiseerd in hoogbegaafdheid. Hij zag wel wat kenmerken, maar het was niet een stereotype hoogbegaafdheid. Hij wilde Jurre eens observeren en gesprekken met ons. Hij kwam uiteindelijk met de conclusie dat het heel goed zou kunnen dat hij hoogbegaafd is, maar dat er ergens een belemmering zit.

Albert en ik keken elkaar aan en dachten hetzelfde. Een hele grote kans dat er toch een TOS in het spel is!

Hoe hadden we zo stom kunnen zijn om dat niet te zien. Na 3 kinderen met TOS hoopten we denk ik vooral heel erg dat Jurre het niet zou hebben en het hem bespaard zou blijven. We hadden het achteraf kunnen weten. Ik heb nooit de link gelegd dat de scores op de testen van de logopedie die gemiddeld waren, te laag waren in vergelijking met zijn intelligentie scores en dat terwijl we er al 2 hebben die dezelfde combinatie hebben. Hun scores waren alleen op taalvlak nog lager en op meerdere onderdelen. De TOS is bij Jurre waarschijnlijk niet zo groot als bij onze andere drie.

Natuurlijk kunnen we onszelf en niemand anders hier niet de schuld van geven. Het is gewoon zo moeilijk zichtbaar in deze combinatie. Inmiddels staat Jurre op de wachtlijst voor de onderzoeken om te kijken of er daadwerkelijk in TOS speelt en hij gaat ook een onderzoek krijgen om zichtbaar te krijgen hoe hij op alle vaardigheden scoort qua intelligentie zodat ze hem op school kunnen aanbieden wat bij hem past en wat ze op welk gebied van hem kunnen verwachten.

Hopelijk komt er wat duidelijkheid en gaat hij snel weer met plezier naar school.

Flore, Lenthe

Hoe het nu gaat met de meiden op school

Het is alweer een hele tijd geleden dat wij een nieuwe blog hebben geplaatst. De reden hiervoor is dat echt even alle energie naar de meiden en hun nieuwe school ging. Inmiddels zitten de meiden alweer een half jaar op hun nieuwe school en zijn ze helemaal gewend aan hun nieuwe plek.

De overgang was niet makkelijk voor ze en heeft best wat tijd gekost voor dat ze hun draai konden vinden. Nou ja, Lenthe was wel redelijk snel gewend en die merkte ook al snel dat het echt beter voor haar was en die begreep het ook beter allemaal.

Flore had wat meer moeite. Ze was veel verdrietig en had regelmatig buikpijn, omdat ze het allemaal zo spannend vond. Het kostte ons dus ook best veel energie om ze ‘s morgens op tijd klaar te krijgen voor de taxi, want dit ging nog met enige tegenwerking en veel tranen. Echt heel zielig om te zien en het breekt je hart.

Ook de twijfels of we er wel goed aan hebben gedaan sloegen toe. Als ze ‘s middags uit school kwamen waren ze natuurlijk moe en overprikkeld van alle nieuwe indrukken en spanningen.

Bij Lenthe uitte dat weer in de woede buien die ze ook had toen ze nog op de andere school zat en de druk nog erg hoog voor haar lag. En bij Flore waren er veel tranen en die zat echt in een soort rouwproces. Die miste haar oude klas en haar ‘maskers’ die ze gewend was te gebruiken werkten niet in haar nieuwe klas. Ze moest echt weer gaan ontdekken wie ze ook alweer was zonder haar ‘maskers’. Hoe ze zichzelf moest zijn. En dat vond ze heel eng!

We zijn dus inmiddels ruim een half jaar verder en ik kan nu zeggen dat het echt goed gaat. Ze zijn helemaal gewend en na de zomervakantie gingen ze ook gelijk weer met plezier naar school.

We hebben inmiddels ook al wat oudergesprekken achter de rug op school en ik kan zeggen dat de meiden allebei met sprongen vooruitgaan. Ik had veel verwacht, maar dat het verschil zo snel merkbaar zou zijn in hun leerprestaties niet. Ze doen het zelfs zo goed dat ze haast te goed zouden zijn voor deze school, maar daar zijn wij het niet mee eens.

We zien zo’n groot verschil dat het voor ons duidelijk is dat ze nu juist tot leren kunnen komen door deze vorm van onderwijs. Ze hebben het gewoon nodig. Het verschil met andere kinderen kan zijn dat hun IQ vrij hoog is en ze daardoor te goed voor de school lijken, maar dat neemt niet weg dat ze last van hen TOS hebben en het op een reguliere school niet lukt. Het onderwijs wordt op een andere manier aangeboden en dat werkt duidelijk goed voor onze meiden.

Ook kinderen met een hoog IQ kunnen TOS hebben en die hebben recht op dezelfde behandeling. Dit kan wel een reden zijn waarom TOS slecht te herkennen is bij veel kinderen, omdat ze op andere vlakken veel te compenseren hebben en daardoor niet altijd opvallen met de stoornis. Ook was het daardoor moeilijk om ze op cluster 2 onderwijs te krijgen omdat hun testscores vaak net te hoog uitkwamen. Wel was er een groot verschil met hun IQ en de testscores wat dus wijst op een TOS, maar de test cijfertjes waren te hoog en daardoor kwamen ze lange tijd niet in aanmerking.

Wij zijn dus wel heel blij dat we hebben doorgezet en echt wel hard ervoor hebben geknokt om het voor elkaar te krijgen en de twijfels of we er goed aan hebben gedaan zijn dan ook volledig verdwenen. De meiden zijn helemaal opgebloeid en zien we ze met de dag zelfverzekerder worden.  Ze zitten ook echt lekker in hun vel, kunnen beter hun grenzen aangeven en hebben ook na school nog energie over voor andere dingen zoals spelen met vriendinnen en paardrijden. Ook de woede buien zijn er niet meer en de dikke tranen en buikpijn zijn ook verdwenen. Ze kunnen volledig zichzelf zijn en ook Flore weet inmiddels hoe dat moet. Flore kon ook regelmatig zeggen dat ze zich dom voelde en dat ze altijd pech heeft en alles tegenzat. Ook dat horen we niet meer sinds ze op deze school zit.

We kunnen het iedereen aanraden om niet op te geven en te vechten voor je kind, want het is het waard!

Flore, Lenthe

Eindelijk Erkenning! :)

Het was dinsdagmiddag, rond half drie, toen Gerjanne en ik naar de school van onze dochters fietsten. We hadden een afspraak met de IB’er, de juf en een medewerker van Kentalis. Het was druk rondom de school. Er stonden moeders, vaders, grootouders en kinderopvangmedewerkers, allen wachtend op de kinderen die uit de klaslokalen kwamen. Om half drie, toen de school uitging, begonnen de klassen langzaam leeg te lopen en de kinderen stroomden naar buiten. Oma was er al om Jurre en Flore op te halen, terwijl Lenthe alleen naar huis ging.

Bij aankomst begroetten we onze kinderen en oma en zetten onze fietsen tegen het hek, dat de school en het plein en van de openbare weg scheidt. We kwamen enkele bekenden tegen en groetten hen. Langzaam liepen we naar de ingang van de school, waar de IB’er op ons stond te wachten. We konden direct doorlopen naar de schoolbibliotheek.

Op school

De bibliotheek was net zo groot als een leslokaal en werd eigenlijk als zodanig gebruikt. Boekenkasten vulden het lokaal, met in het midden een ronde tafel met stoelen. Wij namen plaats aan deze tafel, tegenover de juf en de IB’er, en de medewerker van Kentalis ging naast ons zitten.

We voelden natuurlijk spanning. Ik voelde het al tijdens de fietstocht naar school. Gerjanne voelde de spanning ook en hoopte op duidelijke antwoorden. De medewerkster van Kentalis begon haar betoog. Ze was de hele dag op school geweest om onze kinderen te observeren en te zien hoe zij in de praktijk functioneerden. Ze had de resultaten bestudeerd en was benieuwd naar hun gedrag in de klas.

Toen kwam de erkenning. Ze zag dat onze kinderen het moeilijk hadden in de klas. Flore ging heel anders om met de situatie dan Lenthe, wat ze duidelijk benoemde. De medewerkster deelde haar observaties en bood haar excuses aan voor hoe het eerder gelopen was. De eerste keer hadden we niet de erkenning gekregen, waardoor onze dochters tussen wal en schip waren beland. Gelukkig gaf deze tweede ronde een nieuw perspectief en werd bevestigd dat onze meiden naar een Cluster-2 school moesten.

Opluchting

De medewerkster van Kentalis sprak verder over de resultaten en observaties van die dag. Het duurde wat lang voor mij en mijn gedachten dwaalden af. Op een gegeven moment hoorde ik een opgeluchte uitspraak van Gerjanne. Dit maakte mij weer alert, en ik begon weer te luisteren naar wat de medewerkster van Kentalis zei. Door haar verhaal en de reactie van Gerjanne begreep ik het onderwerp weer. Ik had net het cruciale moment gemist: de mededeling dat onze meiden toegelaten waren op De Enkschool in Zwolle, een Cluster-2 school van Kentalis.

Een gevoel van opluchting en gemengde emoties overviel me. Enerzijds was ik blij met de erkenning van de Commissie en dat onze kinderen naar de Cluster-2 school konden. Anderzijds vond ik het moeilijk om hen van hun vertrouwde school te halen, met al hun bekende vriendjes en vriendinnetjes. Ze zouden een vertrouwde omgeving achterlaten voor een plek die ze totaal niet kenden, en die ook nog ver weg was.

We bespraken verder de situatie en de aanpak. Hoe zouden we hen vertellen dat ze van school zouden gaan? Er kwamen verschillende gedachten en suggesties naar voren, maar uiteindelijk was het aan ons om het op een subtiele en handige manier over te brengen. Nadat we afscheid hadden genomen van de juf, de IB’er en de medewerkster van Kentalis, liepen we naar onze fietsen. We waren een beetje stil, verzonken in onze gedachten. Ik dacht vooral aan hoe we het de meiden moesten vertellen. Gerjanne was ook in gedachten, waarschijnlijk over hetzelfde.

We waren blij dat we onze dochters naar De Enkschool konden sturen. Nu moesten we hen alleen nog vertellen dat ze naar die school zouden gaan. Hoe zouden we dit op een goede manier doen? De medewerkster van Kentalis had gesuggereerd om contact op te nemen met de IB’er van De Enkschool voor een rondleiding. Op donderdag stuurde de IB’er een e-mail met mogelijke data en tijden voor een rondleiding. Vrijdag om tien uur leek ons een geschikt moment.

Na de rondleiding gingen we naar KFC om te eten en na te praten over de school en de rondleiding. Ik realiseerde me dat ik onbewust toch veel met de situatie bezig was geweest. Na dinsdag voelde ik me niet meer zoals daarvoor. Ik had een tijdlang goed gevoeld, maar na dinsdag voelde ik me slecht, niet gemotiveerd en futloos. Op dat moment had ik niet gedacht dat het door het gesprek kwam. Vrijdagochtend voelde ik me ook slecht en besefte ik dat ik er toch stiekem mee bezig was. Het is niet leuk voor de meiden. Ik weet dat het heel goed voor hen is, maar dat zorgt voor een constante tweestrijd.

De rondleiding

We spraken met de meiden af dat ze niet naar school hoefden en dat we om half tien zouden vertrekken. De meiden hadden er zin in, zonder te weten dat het hun nieuwe school zou worden. Ze waren altijd al nieuwsgierig naar de school geweest, omdat ze maar een klein deel van de school zagen wanneer ze daar waren voor speltherapie en logopedie. Ze wilden weten wat er achter die deuren was. Om tien uur hadden we een afspraak met de IB’er van De Enkschool. Ze haalde ons op en stelde zich eerst aan ons voor, en daarna aan de kinderen. We werden naar een ander deel van het gebouw geleid. De meiden waren heel enthousiast en Flore stelde veel vragen. Ze vond het allemaal erg leuk en wilde alles weten. We bekeken de klassen waar Flore en Lenthe terecht zouden komen. Na ongeveer een half uur vroeg Flore: “Papa, moet ik naar deze school?” Ze had het snel door. Lenthe stelde ons geen vragen, maar zei later thuis dat ze hetzelfde had gedacht.

Met de meiden uiteten

Na afloop zijn we met de meisjes naar de KFC gegaan. Het was ongeveer half 12 en zij hadden wel zin in KFC. We reden het parkeerterrein op, parkeerden onze auto en liepen richting KFC om daar ons eten te bestellen via een groot scherm. De meiden wilden het zelf doen, dus zij bedienden het scherm om hun eten te bestellen. Nadat we ons eten hadden besteld en betaald, liepen we naar boven, want dat wilden de meisjes heel graag. Boven is er een ook een speeltuin, waar ze helemaal los kunnen gaan. We moesten even op ons eten wachten. Nadat het eten gebracht werd, begonnen we langzaamaan te eten en gingen we de rondleiding nabespreken.

Op een gegeven moment zeiden we dat het hun nieuwe school gaat worden. De meiden hadden het allang door, waardoor Lenthe al direct zei: “Nee!, ik ga niet naar die stomme school!” Terwijl ze de school wel erg leuk vond tijdens de rondleiding. Flore is daarentegen anders en deed Lenthe na. Ik kon op dat moment niet echt peilen wat Flore ervan vond. Ze vond het erg belangrijk dat Lenthe ook moest gaan. “Als zij dat niet wil, dan wil ik het ook niet,” zei Flore. Ze was Lenthe letterlijk aan het kopiëren qua gedrag, wat bij Flore totaal niet paste. We hebben het erbij gelaten. Laat het even inwerken bij de meiden.

One week later….

Een week later, na de speltherapie en logopedie die afgelopen maandag plaatsvond, hebben ze ook een soort rondleiding gehad. Ze zijn opnieuw naar hun klassen gegaan en hebben meer tijd doorgebracht met de kinderen en de juffen. Dit heeft hen enorm geholpen en ze beginnen toch meer zin te krijgen. Vooral na de eerste rondleiding was het vaak ‘Ik ga echt niet naar die stomme school hoor!’, maar nu hoor ik dat niet zo vaak meer. Door er regelmatig met de meiden over te praten, merk ik dat ze het hebben geaccepteerd, wat natuurlijk erg fijn is.

Het doel is om de meiden in februari op De Enkschool te krijgen. We zijn echter afhankelijk van het vervoer dat door de gemeente geregeld moet worden. We zijn blij, maar nog steeds met gemengde gevoelens. Dit gaat goed zijn voor de meisjes.

Vecht ervoor!

Ik weet nu, en dat hoor en lees ik vaak, dat je er echt voor moet vechten. Als je vindt dat je kind de ondersteuning nodig heeft, ook al is het niet op papier aantoonbaar maar wel in de praktijk, blijf ervoor vechten. Jij als ouder weet en voelt wat het beste is voor je kind. De Commissie ziet alleen cijfers en momentopnames. Zij zien en voelen niet hoe een kind functioneert, wat het voor hen lastig maakt.

Mocht je vragen of opmerkingen hebben, neem gerust contact met ons op? Een comment hieronder is ook goed! 😉