Albert, hoogbegaafdheid

En alweer een nieuwe ontdekking.

Ik heb er lang over zitten nadenken om deze blog te gaan schrijven. Mijn gevoel zegt dat ik het moet doen, maar mijn brein zegt van niet. Een gevoelenskwestie die mij ertoe beweegt toch een blog te schrijven. Zoals je van mij kunt verwachten, doe ik dit voor mezelf, op een therapeutische manier. Maar mijn ervaringen kunnen ook anderen helpen of, misschien nog gekker, ze bewust maken, ook wel het zaadje planten. Want ja, ik heb de afgelopen jaren gekke en leuke ontdekkingen over mezelf gedaan. En dat mag en moet gedeeld worden met anderen, zodat zij hier – hopelijk –ook wat aan kunnen hebben.

Het is de afgelopen jaren een rollercoaster geweest als ik het over zelfinzicht, introspectie en persoonlijke groei heb. Dat geldt niet alleen voor mij. Ook mijn gezin bevindt zich in een achtbaan. De nieuwe en gekke ontdekkingen die ik over mezelf heb gedaan, zijn ook indirect van invloed op mijn vrouw en kinderen. Daarbij speelt ook nog eens een rol dat ons gezin op dit moment niet in balans is. Dit komt voor een groot deel door mij en deels doordat mijn dochters naar een nieuwe school zijn gegaan.

Mentaal zijn wij vermoeid, echt moe. We kunnen er niet veel bij hebben of ons lichaam begint er als het ware tegen te vechten. Er gaan zoveel gedachten door me heen dat het iets te veel wordt en ik vermoeid raak. To-the-point nu.

Een jaar geleden heb ik mijn taalontwikkelingsstoornis (TOS) omarmd. Ik wist wat TOS was door mijn kinderen. Daarvoor was ik me helemaal niet bewust van TOS. Voor mij was het een ontdekking en met die ontdekking kon ik de kernmerken waar ik mijn hele leven tegenaan liep onder het label TOS plaatsen. Nu ben ik me ook goed bewust van waarom ik naar De Skelp in Drachten moest, een Kentalis Cluster-2 school. Niet alleen vanwege mijn spraakgebrek; er speelden meer kenmerken waar ik tegenaan liep.

Het was voor mij een openbaring en de acceptatie van hoe ik ben en doe werd in gang gezet. Door me verder te ontwikkelen als persoon, door boeken te lezen, video’s te bekijken, podcasts te luisteren en trainingen te doen, zoals de NLP Practitioner, werd het gevoel van wie ik echt ben sterker. TOS is een deel van mij, en dat heb ik. Dat is goed en niet verkeerd! Een beperking, meer niet. Ik ben geen TOS, ik heb TOS! Daardoor ging mijn zelfbeeld veranderen van negatief naar positief. Ik kreeg een andere kijk op mezelf.

Het mooie van dit hele traject: de persoonlijke ontwikkelingen tot het accepteren van TOS, zorgden ervoor dat er iets anders gebeurde. De remmen gingen los. Ik had al die jaren een soort mentale rem. Die rem verdween en daardoor ging ik los. Ik wil alles weten, heb een honger naar informatie en nieuwe dingen. Meer weten over hoe wij werken, meer inzichten krijgen m.b.t. TOS, maar ook andere neurologische aandoeningen. Ik wilde mensen helpen. TOS moest zichtbaarder worden, vandaar deze blog en ook mijn actieve aanwezigheid op Facebook, Instagram en LinkedIn. Ik ging verder en verder. Voor mijn vrouw was dat vermoeiend, want ik had weer een bepaalde ‘focus’ – noem het fixatie. Ik kreeg er juist weer energie van, het gaf mij een erg goed gevoel.

En doordat ik zo aan het verdiepen was, me mengde onder gelijkgestemden en meer inzichten kreeg, kreeg ik een gevoel dat ik op dat moment niet kon plaatsen. Naarmate ik meer ging uitzoeken wat andere stoornissen zijn en wat het met je doet, werd dat gevoel sterker.

Mijn intuïtie draaide op volle toeren en wilde iets aan mij doorgeven. Ik kreeg een enorm sterk gevoel dat ik niet alleen TOS had. Ik was er zo in mijn gedachten mee bezig, dat ik bepaalde kernmerken die ik had, niet kon plaatsen onder het label TOS. Het is een beetje een tweestrijd als ik onder de gelijkgestemden (lotgenoten) ben. Ten eerste voel ik me echt ‘thuis’, de maskers kunnen af, en ik kan gewoon zijn wie ik ben. Het lijkt heel klein, maar het heeft zoveel impact op het zijn. Echt, ik voel me echt heel fijn als we op een evenement of voorlichting over TOS zijn. Maar aan de andere kant heerst er een impostersyndroom. Dat heb ik vaak, ook op mijn werk. Ik weet veel van een dienst van Microsoft, het is mijn specialisatie, een expertise. En toch, als ik mijn kennis en ervaring wil delen met collega’s of klanten, voel ik me altijd als een ‘bedrieger’, alsof ik een beetje populair doe terwijl ik niet alles weet van de dienst. Dat is een gedachte als ik een presentatie wil geven over Microsoft Intune (de dienst van Microsoft). En dat gevoel kreeg ik dus ook als ik onder de gelijkgestemden was. Ik verwijt mezelf constant dat ik geen duidelijke diagnose heb en dat er waarschijnlijk een fout is gemaakt bij het beoordelen van mij voordat ik op zesjarige leeftijd naar De Skelp ging.

Maar hoe hebben mijn kinderen dan een TOS? Het moet wel van mij komen, en op die manier kan ik het impostersyndroom-gevoel toch nog indammen. Maar ja, dat gevoel dat ik méér had maar terugkomen en werd steeds sterker. Begin dit jaar heb ik een afspraak gemaakt bij de huisarts om mij te laten onderzoeken naar AD(H)D. Heel veel kenmerken die niet aan TOS gelieerd kunnen worden, kwamen daarmee overeen. Toen heb ik me aangemeld bij een instantie die gespecialiseerd is in AD(H)D. Helaas was er een wachttijd van 52 weken omdat ze nog niet tot een contractovereenkomst waren gekomen met de zorgverzekering.

Maar ik ben blij dat er een lange wachtrij was. Want ik ging verder met zoeken en op een gegeven moment kwam ik een filmpje tegen over beeldend denken. Ik ben een beeldend denker. Iemand met TOS heeft dat. Dat geldt ook voor mensen met andere stoornissen zoals dyslexie. In dat filmpje werd ook gesproken over hoogbegaafdheid.

Hoogbegaafdheid, dat was niet iets van mij, maar wel voor mijn dochter. Zij heeft een IQ boven de 130. Dus daarom keek ik het filmpje af. Ik kan mezelf niet bestempelen als hoogbegaafd (hb) omdat ik mijn hele leven een simpel bestaan heb geleid. Ik sprong ook niet echt uit op school en deed in het voortgezet onderwijs het laagste niveau, IVBO – nu zal dit VMBO-LWOO heten. Met andere woorden: no freaking way dat ik ‘hb’ kon zijn. En eerlijk gezegd, ik weet mijn IQ niet. Dat is naar mijn weten nooit bekeken, en anders is er geen bewijs meer van. En daarbij heerst er binnen de maatschappij een stigma over hoogbegaafdheid. Als je hoogbegaafd bent, moet je superslim zijn en van tot in de puntjes weten. Als hoogbegaafde moet je ook succesvol zijn. Zo dacht ik in ieder geval. Het was zoals ik had meegekregen hoe een hoogbegaafde eruit zou zien.

Dat filmpje heeft mij een heel ander beeld van hoogbegaafdheid gegeven, en in dat beeld pas ik. Ik was erg geschrokken en ben na dat filmpje verder gaan verdiepen in hoogbegaafdheid door andere filmpjes te bekijken. Damn, dit kan niet waar zijn, dacht ik toen. Ik was echt stomverbaasd en vol ongeloof.

Wat gebeurde er met mijn gevoel dat aangaf dat ik meer had dan alleen TOS? Opeens voelde ik dat het klopte, terwijl mijn brein probeerde te bewijzen dat het niet zo was. Want ja, je dacht altijd dat je dom was en daarbij doe je ook domme dingen. De school heeft daarin meegeholpen om mij te belemmeren in waar ik naar toe wilde groeien. Omdat ik op het IVBO zat, dacht de school dat ik een ‘simpel bestaan’ zou hebben. Ik mocht niet naar autotechniek omdat dat daarin later meer met computers gewerkt zou worden en dat kon niet met mijn niveau. Moet je eens kijken wat ik nu doe? Iets met computers!
Het zijn zulke herinneringen die nu beetje bij beetje naar boven komen. Ik was op die leeftijd niet assertief genoeg en daarbij speelde TOS ook een rol. Ik hield het in mij, wat ik ook dacht. En daarbij was er het paradigma dat volwassenen altijd gelijk hebben. De angst voor boosheid, gebrek aan assertiviteit en zelfverzekerdheid, niet begrijpen waarom anderen mij niet begrepen en de gedachte dat ik het altijd bij het verkeerde eind had, het heeft ertoe geleid dat ik op de achtergrond bleef.

Wat een tweestrijd was dat, waardoor mijn brein het bijna van mijn gevoel won. Gelukkig niet, en heb daarom een afspraak gemaakt bij een hoogbegaafdheidsexpert. Na een kennismakingsgesprek hebben we een afspraak gemaakt om mij te laten onderzoeken op hoogbegaafdheid. Hiervoor moest ik nog een maand geduld hebben.

In die tijd bleef ik hier in mijn hoofd mee bezig, probeerde signalen terug te halen die ik kon linken aan hoogbegaafdheid. Ik wilde meer weten en ben op zoek gegaan naar boeken. Het eerste boek hierover was “Ruzie met je baas”. Deels herkenbaar. Niet dat ik ruzie had, maar als het op rechtvaardigheid aankwam dan was ik niet makkelijk voor mijn werkgever.

Bij het lezen heb ik altijd twee verschillende kleuren markeerstiften bij me. Groen is voor wat ik herken. De andere kleur is voor twijfel en vragen. Dus, ik ging het boek lezen. Ik bleef de tekst maar met groen markeren. Het maakte mij meer duidelijk waar een hoogbegaafde tegenaan loopt en meemaakt. Ik moest nog meer lezen hierover en bestelde een nieuw boek. Ook hier was er veel groene kleur.
Ik wist na een aantal weken verdiepen voor 80% zeker dat ik hoogbegaafd ben. Ik kon het nog niet 100% zeggen omdat ik niet van zelfdiagnose ben. Maar gelukkig had ik al een afspraak staan met een expert.

We hebben een sessie van drie uur gehad, we hebben van alles besproken en mij vergeleken met het zogenoemde Delphi-model. Daaruit bleek inderdaad hoogbegaafdheid. Met TOS was voor mij de puzzel voor de helft klaar, nu is de andere helft gelegd.

TOS hebben en ook nog eens hoogbegaafd zijn maakt levelen met anderen erg moeilijk. Ik kan mijn gedachten niet goed verwoorden, ze lopen asynchroon en dat is superverwarrend als ik mijn gedachten met anderen wil delen.

Ik moet mezelf weer opnieuw ontdekken. Ik was al op de goede weg door persoonlijke ontwikkeling, nu moet ik hoogbegaafdheid erin meenemen

Terug naar mijn gezin dat op dit moment niet in balans is. Dat mijn dochters naar een nieuwe school zijn gegaan, heeft ertoe geleid heeft bij mij tot deze ontdekking geleid. En het heeft ertoe geleid dat we nu ook anders naar onze kinderen kijken.

Albert, volhoofd

Executieve functies

Sinds een aantal dagen ben ik me een beetje aan het verdiepen in executieve functies. En om de materie beter te begrijpen en te onthouden, is het bloggen hierover een hele goede manier. Daarom deze blog over Executieve Functies. Voor iedereen relevant maar voor iemand met een stoornis ligt dit gevoeliger.

Wat zijn Executieve Functies?

Executieve Functies zijn een verzameling vaardigheden en bevinden zich in de prefrontale cortex. De Prefrontale Cortex bevindt zich in de frontale kwab en – zoals de naam al zegt – in het voorste gedeelte van je hersenen. Executieve Functies kun je ook zien als de dirigent voor een orkest of een luchtverkeersbegeleider. Executieve Functies vormen de basis van je gedrag en helpen je bij het beheersen van bepaalde vaardigheden, zoals plannen, impulscontrole en het verwerken van prikkels. Het is je doen en laten in situaties, afhankelijk van de omgeving. Op je werk of school gebruik je ze vaker dan thuis of op vakantie. Ook de handelingen die je nog niet eerder deed, en dus nieuw zijn, worden aangestuurd door executieve functies. Wanneer iets een gewoonte wordt en op de automatische piloot loopt, hebben we de executieve functies nauwelijks meer nodig, omdat we het eenmaal weten. Je hersenen zijn zo getraind dat het automatisch gaat.

Executieve functies zijn verantwoordelijk voor de volgende vaardigheden:

  • Inhibitie,
  • Flexibiliteit,
  • Werkgeheugen,
  • Planning,
  • Emotieregulatie,
  • Gedragsevaluatie.

Ik zal een leuk metafoor gebruiken zodat het duidelijker wordt wat executieve functies moeten kunnen en doen: Stel je voor dat je hersenen een drukke luchthaven zijn, met gedachten, impulsen, emoties en taken als de vliegtuigen die constant opstijgen, landen en rondcirkelen.

De executieve functies fungeren als de luchtverkeersleiding van deze luchthaven:

  • Inhibitie als veiligheidsprotocollen: Net zoals veiligheidsprotocollen voorkomen dat ongeautoriseerde of gevaarlijke acties plaatsvinden op een luchthaven, helpt inhibitie ons ongewenste gedragingen en impulsen te onderdrukken.
  • Cognitieve flexibiliteit als het omgaan met onverwachte vertragingen: Luchtverkeersleiders moeten snel kunnen schakelen tussen plannen wanneer vluchten vertraagd zijn of wanneer het weer plotseling verandert. Dit is vergelijkbaar met hoe cognitieve flexibiliteit ons in staat stelt ons aan te passen aan nieuwe of veranderende omstandigheden.
  • Werkgeheugen als de vluchtinformatie: Luchtverkeersleiders moeten de details van meerdere vluchten tegelijk onthouden en beheren, net zoals ons werkgeheugen ons in staat stelt informatie tijdelijk vast te houden en te manipuleren voor complexe taken.
  • Planning en organisatie als het vluchtschema: Het zorgvuldig plannen van vertrek- en aankomsttijden, gates en personeelsinzet op een luchthaven weerspiegelt hoe planning en organisatie ons helpen onze taken en doelen te structureren.
  • Emotieregulatie als het behouden van kalmte onder druk: Luchtverkeersleiders moeten kalm en geconcentreerd blijven, zelfs tijdens noodsituaties of piekdrukte, vergelijkbaar met hoe emotieregulatie ons helpt onze emoties te beheersen en effectief te blijven in stressvolle situaties.
  • Gedragsevaluatie als het reviewen van vluchtopnames: Na een incident of aan het einde van de dag kunnen luchtverkeersleiders vluchtopnames reviewen om te leren van wat er gebeurd is. Dit lijkt op hoe we door gedragsevaluatie reflecteren op onze acties en beslissingen om in de toekomst te verbeteren.

Samen zorgen deze functies ervoor dat we onze persoonlijke doelen kunnen behalen. Daarom zie ik dit als een luchtverkeersleider omdat hij ervoor zorgt dat het verkeer gestroomlijnd moet gaan en daarmee reizigers op tijd en veilig aankomen. Als de luchtverkeersleider een beetje slaperig is, dan zal het een chaos worden, mogelijk met opstoppingen en ongelukken. En dat gebeurt dus ook bij executieve functies. Als deze niet goed werken, dan zal dat merkbaar zijn in bepaalde vaardigheden, zoals het werkgeheugen. Je zult minder dingen onthouden, zoals waar je de sleutels voor het laatst hebt neergelegd. Dit kun je snel vergeten doordat je te gestrest bent of je energie niet in balans is.

Wat heeft executieve functies met TOS te maken?

Dan komen we bij het stuk over TOS, oftewel Taalontwikkelingsstoornis. Kinderen en volwassenen met een TOS kunnen op bepaalde vaardigheden zwakker zijn dan bij een gemiddeld persoon. Bij TOS is vooral het werkgeheugen een zwak onderdeel van de executieve functies. Dit komt omdat TOS een taalstoornis is en omdat wij als mensen veel met innerlijke taal bezig zijn, dat het op bepaalde manier niet goed doorkomt of het langer duurt voordat iemand met een TOS het begrijpt of doorheeft.

Dit zie ik duidelijk terug bij mijn kinderen en vooral bij onze oudste die in de puberfase zit. Hij heeft een tijdje nodig om de taal die hij ontvangt te verwerken. Bij mij verschilt het behoorlijk. Het is afhankelijk van hoe ik me voel en of ik in balans ben, mentaal gezien, want dat is wel een belangrijke factor, en dat geldt ook voor personen die geen stoornis hebben. Alleen is iemand met TOS duidelijk gevoeliger en merkbaarder dan iemand die mentaal uit balans is.

Als we specifiek kijken naar kinderen of volwassenen met een TOS, is de kans groter dat zij een vol hoofd hebben, vooral na een lange, intensieve dag, zoals school of werk. Op dat moment kunnen nieuwe prikkels niet meer verwerkt worden. Dat betekent een behoorlijke chaos op het vliegveld. Alles gebeurt tegelijkertijd, waardoor er botsingen ontstaan, vertragingen en niet gestroomlijnd opstijgen en landen. Het enige gevoel dat nog kan werken, is woede. Je bent dan zo vol, dat woede de enige manier is om aan te geven dat je een vol hoofd hebt. Mijn dochter wordt dan echt boos en schreeuwt van ‘hou op’, en ik raak dan opgefokt. Reageer boos of ik snauw. Energie is op dat moment ook erg laag. Te laag om te willen praten of te willen reageren op iemand die iets aan je vraagt. Op zulke momenten ben ik dan kortaf en praat ik binnensmonds.

Dat zijn allemaal tekenen dat de luchtverkeersleider overbelast is en het niet meer kan regelen. Hij moet even een pauze nemen. Ik ga dan even mediteren. Even helemaal niets en luister ik naar Bilateral music of Binaural beats. Dat zijn de momenten dat mijn luchtverkeersleider even een pauze kan nemen. Mijn dochter neemt dan ook een moment voor haarzelf en gaat dan naar haar slaapkamer. Ligt lekker op bed naar een serie te kijken. Serie kijken vind ik niet echt tot rust komen, omdat haar executieve functies dan nog bezig zijn. Alleen dan is het wel minder druk op het vliegveld, waardoor ze toch een soort rust ervaart. Wij zijn allang blij dat ze die moment pakt en vanzelf naar haar slaapkamer gaat. De volgende stap is dat ze dan zonder haar tablet gaat. Dat komt nog wel. Voor nu is het goed voor ons.

Executieve functies heeft iedere persoon. De ene persoon heeft een bepaalde functie die zwakker is dan bij een ander. Dit geldt natuurlijk ook voor sterke functies; sommige mensen hebben bepaalde executieve functies die sterker ontwikkeld zijn dan bij anderen. Het is per individu verschillend, dus erg persoonlijk. Wanneer we specifiek naar een stoornis kijken, zoals TOS of AD(H)D, dan kunnen bepaalde functies zwakker zijn omdat dit een kernmerk van de stoornis is. Ook binnen de groepen met TOS of een andere stoornis verschilt het weer per individu.

Albert

De puzzel van zelfontdekking: Navigeren door de oceaan van neurodiversiteit

En daar kan ik maar geen vrede mee hebben! Mijn brein werkt zo niet. Mijn brein wil het op zwart-wit zien en wil dus bewijzen zien. Ik ben te analytisch en ben daardoor constant aan het vergelijken en onderzoeken wat een persoon met TOS kan en niet kan. Kijk naar mijn kinderen waar zij tegenaan lopen en zie gelukkig veel raakvlakken. Zei je nou gelukkig? Inderdaad, gelukkig zie ik raakvlakken, anders was het voor mij nog steeds niet duidelijk waarom ik zo denk en doe. Als ik zo typ, beeld ik mij in een grote zwarte grot, waar maar geen einde aan lijkt te komen. Dit gevoel heb ik nu omdat ik er bewust van ben vanwege de kinderen en persoonlijke groei. Daarvoor voelde ik mij onbewust zo en was het gewoon voor mij.

Maar dan kijk ik verder en zie de kernmerken van een gemiddelde autist, dyslect en AD(H)D’er. Pff, wat komt dat dan toch erg dichtbij. Deze stoornissen hebben veel raakvlakken waardoor het alleen maar moeilijker wordt. Want als ik mijn kernmerken, de dingen waar ik tegenaan loop en de dingen die ik heel goed kan, vergelijk, dan zie ik ook raakvlakken met dyslexie en AD(H)D. Een weetje; voordat ik iets wist van TOS, ben ik een keer bij de huisarts geweest, omdat ik dacht dat ik autistisch was. De grote reden hiervan is: geen sociale contacten en moeite met gesprekken voeren en niet begrepen voelen.

Tja, dat maakt het niet makkelijker en dan wordt er gezegd: ‘zoek er dan niet naar’, maar zo werk ik dus niet, en dat is natuurlijk niet heel vreemd. Ik heb daarvoor ook in een soort puzzeldoos geleefd. Puzzelstukjes die niet samenvielen omdat ik het plaatje van de puzzeldoos miste. Nu ik weet dat ik TOS heb, want dat is gewoon een feit, leef ik nu meer buiten de doos, zodat ik het voorbeeld zie van de puzzel.

Maar alleen TOS is dan de vraag; stel dat ik toch een andere stoornis heb? Toen kwam er weer een nieuwe term; comorbiditeit. Nooit eerder van gehoord. Het blijkt dat dyslexie en AD(H)D comorbiditeitsstoornissen zijn. Net als hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. Ze gaan soms gepaard met een andere stoornis, zoals autisme of TOS. Mijn dochter heeft het ook; zij heeft TOS en is hoogbegaafd.

De term was voor mij nieuw en heeft weer voor nieuwe inzichten gezorgd. Inzichten die onderzocht moesten worden. Op zoek naar antwoorden; waarom doe ik dat zo en wie ben ik nou werkelijk? Weet je, dan ben ik toch wel erg voor labels. Labels zeggen niet wie je echt bent. Het is voor mij een richtingaanwijzer. Ik ben op dit moment stuurloos. Ik weet waar het noorden ligt, maar om naar een specifiek punt te gaan is voor mij op dit moment erg lastig. Beetje dobberen op de grote oceaan, continu kijken naar de noorderster of de zon is natuurlijk erg vermoeiend en vergt een groot uithoudingsvermogen. Daarom ben ik op zoek naar bewijzen, en die krijg ik alleen als ik het label heb. Dan kan ik gerichter naar mezelf kijken.

Voor mij blijft de hamvraag: ik weet het op dit moment niet. Als ik kijk naar hoe ik me de laatste tijd heb ontwikkeld, zou ik bijna zeggen dat ik niet alleen TOS heb, of is dit dan toch puur TOS met een bepaalde karaktereigenschap? Je leest het; ik ben nog steeds aan het uitvogelen waarom ik zo doe en denk. Het gevoel van het impostersyndroom heerst ook af en toe in mij. Straks blijkt dat ik gewoon een fraudeur ben omdat ik, als ik mezelf vergelijk met een andere TOS’er, niet zo’n zware vorm heb en meer kan. Ik ben nota bene een ondernemer en heb een succesvolle carrière achter de rug! Dit alles maakt het er niet makkelijker op.

Het leek dat ik rust had toen mijn kinderen gediagnosticeerd met TOS waren, maar helaas kom ik nu ook achter andere dingen die ik op dit moment niet even kan plaatsen. Te weinig kennis, inzicht en ondersteuning uit het verleden hebben hiermee te maken. En daarmee moet ik het voor nu even mee doen. Het is nu aan mij dat ik die richtingaanwijzers krijg. Alleen zelfdiagnose doen is natuurlijk helemaal niet goed, en daarvoor moet ik een professional inschakelen.

Voor iedereen die worstelt met het begrijpen van hun eigen gedrag of diagnose: je bent niet alleen. De weg naar zelfkennis en acceptatie is kronkelig en soms duister, zoals een grote zwarte grot zonder zichtbaar einde. Maar onthoud, elke stap die je zet, is een stap dichter bij het licht. Het is oké om je soms verloren te voelen, maar geef niet op. De antwoorden die je zoekt, kunnen dichterbij zijn dan je denkt.

Als je dit leest en je herkent jezelf in mijn verhaal, weet dan dat het zoeken naar hulp een teken van kracht is, geen zwakte. Ik moedig je aan om de stap te zetten en professionele begeleiding te zoeken. Het is ook belangrijk om je verhaal te delen. Door onze ervaringen te delen, bouwen we aan een gemeenschap die elkaar ondersteunt en begrijpt. Laat ons in de reacties weten hoe jouw reis is.