Albert, boek

Waarom iemand die vroeger écht een hekel had aan lezen, nu een boek schrijft

Het is nog niet zo lang geleden dat ik een hekel had aan boeken. In mijn overtuiging waren boeken saai. Alleen maar letters, die niet eens bewegen. Niks voor mij dus, dat lezen. Als ik het probeerde, kon ik met mijn gedachten niet bij het verhaal blijven. Ik dwaalde altijd af naar een wereld die niets te maken had met de wereld uit het boek.

Totdat ik me ging verdiepen in persoonlijke ontwikkeling. Eerst las ik ‘voorzichtig’ op een e-reader. Inmiddels staan er meer dan honderd dikke boeken in de kast, met persoonlijk leiderschap als rode draad.

In diezelfde tijd deed ik een belangrijke ontdekking: mijn taalontwikkelingsstoornis (TOS), die duidelijk erfelijk is. Hiermee vielen veel puzzelstukjes op hun plaats. Er was altijd wat met me geweest, en dát was het dus.

Maar wat is het precies? Hoe voelt het? Waar kun je vroeger of later mee te maken krijgen? Ik had natuurlijk mijn eigen verhaal en wilde daarbovenop graag meer weten. En ik merkte dat professionals en (andere) ouders hier ook benieuwd naar waren.

Het bleek echter dat er over TOS in volwassenheid gewoonweg niets te vinden is, behalve misschien een paar verdwaalde informatiebrokjes. Wát er is, gaat over TOS bij kinderen en jongeren. Terwijl deze ‘stoornis’ – of misschien beter: eigenschap – heus niet stopt als je achttien wordt.

Wat als ik zo’n boek nu eens zélf schreef…?

En dan hoor ik een oud stemmetje: een verhaal schrijven, kan ik dat wel? Is wat ik schrijf wel boeiend genoeg? Wil ik mij wel zo blootgeven? En hoe doe ik dat met spelling en grammatica? Dat stemmetje is er nog steeds, alleen krijgt het niet meer het laatste woord. Ik ben eraan begonnen en weet inmiddels: het gaat lukken, dat boek komt er.

Gelukkig heb ik een fijne schrijfcoach. Hij haalt het onderste uit de kan, en dat helpt mij groeien als schrijver. Precies wat ik nodig heb voor structuur, zinsopbouw en verhaaltechniek.

Ik schrijf dit boek omdat ik anderen met TOS (h)erkenning wil geven, en om ouders en professionals te laten zien dat TOS geen jeugdaandoening is, maar altijd bij je blijft. Mijn verhaal staat tegelijk voor iets groters: dat je met TOS kunt groeien en je van daaruit je eigen kracht kunt ontdekken.

Het boek is nog under construction. De komende tijd zal ik elke twee weken alvast een fragment delen. Morgen begin ik met het eerste fragment!

Dat doe ik via Substack. Via Substack kan ik grotere fragmenten delen. Ook is het overzichtelijker.

Het is gratis toegankelijk en je kunt me dan volgen door te abonneren op: https://mijnlevenmettrots.substack.com/

Flore, Lenthe

Hoe het nu gaat met de meiden op school

Het is alweer een hele tijd geleden dat wij een nieuwe blog hebben geplaatst. De reden hiervoor is dat echt even alle energie naar de meiden en hun nieuwe school ging. Inmiddels zitten de meiden alweer een half jaar op hun nieuwe school en zijn ze helemaal gewend aan hun nieuwe plek.

De overgang was niet makkelijk voor ze en heeft best wat tijd gekost voor dat ze hun draai konden vinden. Nou ja, Lenthe was wel redelijk snel gewend en die merkte ook al snel dat het echt beter voor haar was en die begreep het ook beter allemaal.

Flore had wat meer moeite. Ze was veel verdrietig en had regelmatig buikpijn, omdat ze het allemaal zo spannend vond. Het kostte ons dus ook best veel energie om ze ‘s morgens op tijd klaar te krijgen voor de taxi, want dit ging nog met enige tegenwerking en veel tranen. Echt heel zielig om te zien en het breekt je hart.

Ook de twijfels of we er wel goed aan hebben gedaan sloegen toe. Als ze ‘s middags uit school kwamen waren ze natuurlijk moe en overprikkeld van alle nieuwe indrukken en spanningen.

Bij Lenthe uitte dat weer in de woede buien die ze ook had toen ze nog op de andere school zat en de druk nog erg hoog voor haar lag. En bij Flore waren er veel tranen en die zat echt in een soort rouwproces. Die miste haar oude klas en haar ‘maskers’ die ze gewend was te gebruiken werkten niet in haar nieuwe klas. Ze moest echt weer gaan ontdekken wie ze ook alweer was zonder haar ‘maskers’. Hoe ze zichzelf moest zijn. En dat vond ze heel eng!

We zijn dus inmiddels ruim een half jaar verder en ik kan nu zeggen dat het echt goed gaat. Ze zijn helemaal gewend en na de zomervakantie gingen ze ook gelijk weer met plezier naar school.

We hebben inmiddels ook al wat oudergesprekken achter de rug op school en ik kan zeggen dat de meiden allebei met sprongen vooruitgaan. Ik had veel verwacht, maar dat het verschil zo snel merkbaar zou zijn in hun leerprestaties niet. Ze doen het zelfs zo goed dat ze haast te goed zouden zijn voor deze school, maar daar zijn wij het niet mee eens.

We zien zo’n groot verschil dat het voor ons duidelijk is dat ze nu juist tot leren kunnen komen door deze vorm van onderwijs. Ze hebben het gewoon nodig. Het verschil met andere kinderen kan zijn dat hun IQ vrij hoog is en ze daardoor te goed voor de school lijken, maar dat neemt niet weg dat ze last van hen TOS hebben en het op een reguliere school niet lukt. Het onderwijs wordt op een andere manier aangeboden en dat werkt duidelijk goed voor onze meiden.

Ook kinderen met een hoog IQ kunnen TOS hebben en die hebben recht op dezelfde behandeling. Dit kan wel een reden zijn waarom TOS slecht te herkennen is bij veel kinderen, omdat ze op andere vlakken veel te compenseren hebben en daardoor niet altijd opvallen met de stoornis. Ook was het daardoor moeilijk om ze op cluster 2 onderwijs te krijgen omdat hun testscores vaak net te hoog uitkwamen. Wel was er een groot verschil met hun IQ en de testscores wat dus wijst op een TOS, maar de test cijfertjes waren te hoog en daardoor kwamen ze lange tijd niet in aanmerking.

Wij zijn dus wel heel blij dat we hebben doorgezet en echt wel hard ervoor hebben geknokt om het voor elkaar te krijgen en de twijfels of we er goed aan hebben gedaan zijn dan ook volledig verdwenen. De meiden zijn helemaal opgebloeid en zien we ze met de dag zelfverzekerder worden.  Ze zitten ook echt lekker in hun vel, kunnen beter hun grenzen aangeven en hebben ook na school nog energie over voor andere dingen zoals spelen met vriendinnen en paardrijden. Ook de woede buien zijn er niet meer en de dikke tranen en buikpijn zijn ook verdwenen. Ze kunnen volledig zichzelf zijn en ook Flore weet inmiddels hoe dat moet. Flore kon ook regelmatig zeggen dat ze zich dom voelde en dat ze altijd pech heeft en alles tegenzat. Ook dat horen we niet meer sinds ze op deze school zit.

We kunnen het iedereen aanraden om niet op te geven en te vechten voor je kind, want het is het waard!